Restauratie Gewelfschildering 320 m2 – Grote Kerk Alkmaar

Restauratie van de verloren gewaande Gewelfschildering van Alkmaar

De gewelfschildering, als verloren beschouwd na de verwijdering uit het tongewelf in 1880, is in 1998 teruggevonden in de depots van het Rijksmuseum Amsterdam. Ruim driekwart van de beschilderde planken is overgebleven, een van de 14 vakken is niet teruggevonden. De planken waren erg fragiel met oude door en door houtworm aantasting en afgebrokkelde randen en uitgebroken stukken door lekkage en de uitname in 1880.

De gewelfschilderingen uit 1516 van het Noordtransept van de Grote- of Sint Laurenskerk van Alkmaar toont een rand kamversiering met in het centrum een afzonderlijk attribuut in elk van de 14 velden. De attributen zoals de Jabobsstaf met bedelzakjes, Maria der zeven smarten, zweetdoek van Veronica, refereerde aan altaren welke zich oorspronkelijk onder de afbeelding in de kerk bevonden. Elk veld van zo’n 3 meter breed en 8 meter hoog bestond uit 30-32 planken die door middel van een v-groef onderling horizontaal in elkaar schoven.

Consolidatie en Restauratie handelingen aan de planken.

  • Consolideren van de planken door middel van het verwijderen van de spijkers, het verwijderen van stof aan de voorzijde en losse houtworm aantasting aan de achterzijde, het verlijmen van de scheuren.
  • Uitleg van de planken op een tekening waarop de letterlijke vakmaat van het gewelf is uitgetekend. Hiermee kun je de onderlinge plank maat goed bepalen en bepalen of de planken, na ruim een eeuw afwezigheid uit de kerk, nog in het vak passen. Ook de maten van missende delen kunnen hierop goed bepaald worden, mede door de repeterende kamversiering die om de 49 cm herhaald wordt en een repeterend patroon volgt. De originele spijkergaten worden overgenomen op papier om de huidige positie van de sporen, daar waar de planken in het gewelf op worden bevestigd, te bepalen.
  • Inactieve losse houtworm en bruinrot (schimmel) aantasting aan de achterzijde van de planken, wordt met een krabber en stofzuiger verwijderd.
  • De nog resterende houtworm aantasting wordt geïmpregneerd met Paraloid 67 om het hout te verstevigen.
  • Het verlies in dikte van de plank door de aantasting word gevuld met een pasta van water fijne hout snippers en polyvinylacetaat, deze word na droging geëgaliseerd met een schaaf.
  • Ontbrekende stukken worden met gefiguurzaagde oud eiken inzetstukken gevuld en geplakt, daarna aan de voorzijde gelijk gemaakt, de samenhang met de oude plank wordt verstevigd met bamboe pennen of berken vliegtuig triplex van 1.5 mm dikte.
  • Vullen van gaten en scheuren met een fijne houtstofpasta.
  • Missende plankdelen worden vervangen door nieuwe kwartiers eiken wagenschot delen.
  • Het pas maken van messing en groef van met name de nieuwe delen en de inzetstukken.
  • Nieuw bevestigingssysteem in de planken boren op de plaats van de oude spijkergaten. Een conische taps toelopende prop wordt in elk gat gelijmd, intern heeft de prop een gat en verzinking voor de rvs tork-schroef waarmee deze op de sporen in de kap wordt geschroefd.
  • Een proefpassing in de kap om te bepalen of de restauratie past.
  • Na het houtrestauratiewerk wordt de schildering mechanisch schoongemaakt en de resterende schildering gefixeerd. De schildering word vervolgens geretoucheerd en missende delen ingeschilderd door Leonieke Polman en Trees Knapen.
  • Daarna vind definitieve plaatsing plaats in het tongewelf.

De restauratie van het laatste oordeel en het noordtransept vond tussen 2003-2011 plaats onder leiding van Vof Willem Haakma Wagenaar en Edwin van den Brink, met medewerking van een heel team van onder andere Harriet Haakma Wagenaar- Vriesendorp, Claudia Junge, Trees Knapen, Leonieke Polman, Barbara Susijn, Jan Polman, en onderzoek uitgevoerd door Mathijs de Keijzer en Bernice Crijns. Het werk is in 2011 afgerond en geopend door Hare Majesteit de Koningin.

Het complete restauratieverslag vindt u HIER – mijn werkzaamheden zijn beschreven vanaf pagina 25